E-learning
course

  • ACTIVITEIT 1
  • ACTIVITEIT 2
  • ACTIVITEIT 3
  • ACTIVITEIT 4
  • ACTIVITEIT 5

Luister naar de dialoog en kies het juiste antwoord.

1) Mevrouw Van Gelder is gewond geraakt

2) Ze heeft pijn

3) Ze wil dat de thuiszorgmedewerker haar helpt met

4) De thuiszorgmedewerker gaat de kattenbak verschonen

Kies het juiste werkwoord

Wat doet de medewerker thuiszorg?

De thuiszorgmedewerker ouderen, zieken en gehandicapten thuis bij het dagelijks leven. Hij / zij de boodschappen, het huis schoon en de kleren. Soms hij / zij de cliënt over voeding en hygiëne.

doet | adviseert | wast | maakt | helpt

Maak de zinnen af door de werkwoorden te vervoegen in voltooid tegenwoordige tijd.


1. Mevrouw Van Gelder is op straat . (vallen)

2. Ze heeft de dokter . (bellen)

3. Hij heeft haar wond . (verbinden)

4. De thuiszorgmedewerker heeft boodschappen . (doen)

5. Ze heeft de kleren . (wassen)

6. Hij heeft de kleren . (strijken)

Kies ‘waar’ of ‘niet waar’.

a. Mevrouw Van Gelder maakt een boodschappenlijstje omdat ze een paar producten nodig heeft.

b. De huisarts gaat de wond van mevrouw Van Gelder opnieuw verbinden.

c. De thuiszorgmedewerker gaat naar de winkel om eten te kopen voor de kat van mevrouw Van Gelder.

d. Mevrouw Van Gelder heeft de kleren niet kunnen strijken omdat ze hoofdpijn heeft.

Koppel het elektrische apparaat met de juiste functie waarvoor het gebruikt wordt


  • 1. Strijkijzer

     

  • 2. Vaatwasser

     

  • 3. Wasmachine

     

  • 4. Stofzuiger

     

  • 5. Droger

     

  • 6. Koffiezetapparaat

     

  • 7. Waterkoker

     

  • om water te verhitten
  • om de kleren te wassen
  • om borden, glazen en bestek te wassen
  • om de kleren te drogen
  • om de kleren glad te maken
  • om koffie te zetten
  • om de vloer schoon te maken
Thuiszorgmedewerker gaat langs bij mevrouw Van Gelder om een wond te verzorgen. Mevrouw Van Gelder is eergisteren gevallen bij het boodschappen doen. Dat moet de thuiszorg nu voor haar doen en ook haar helpen met het huishouden.

Thuiszorgmedewerker: Goedemorgen mevrouw Van Gelder. Hoe gaat het met u?
Mevrouw Van Gelder: Goedemorgen. Het gaat wel hoor maar ik ben eergisteren gevallen op straat.
Thuiszorgmedewerker: Wat erg voor u. Waar heeft u pijn?
Mevrouw Van Gelder: Ik heb een wond op mijn knie en mijn pols doet een beetje pijn.
Thuiszorgmedewerker: Ik zie het. Bent u naar de huisarts geweest?
Mevrouw Van Gelder: Nee, maar ik heb hem gebeld en hij is langs geweest. Hij heeft mijn wond verbonden.
Thuiszorgmedewerker: Oké, ik moet uw wond straks opnieuw verbinden. En wilt u ook douchen?
Mevrouw Van Gelder: Nee, dat hoeft niet. Gisteren heb ik na de fysiotherapie al gedoucht. Maar ik heb boodschappen nodig.
Thuiszorgmedewerker: Als ik klaar ben met het verband kunt u een boodschappenlijst maken.
Mevrouw Van Gelder: Goed idee. Ik heb brood nodig, ook thee, yoghurt en melk en wat fruit.
Thuiszorgmedewerker: Wat voor fruit?
Mevrouw Van Gelder: Doe maar twee bananen en een paar appels.
Thuiszorgmedewerker: Wat voor thee moet ik halen?
Mevrouw Van Gelder: Doe maar kruidenthee.
Thuiszorgmedewerker: En niks voor de poes?
Mevrouw Van Gelder: Oh ja, en nog wat kattenvoer! En eigenlijk moet de kattenbak ook verschoond worden.
Thuiszorgmedewerker: Na de boodschappen zal ik nog wat doen in het huishouden.
Mevrouw Van Gelder: Ja, het zal fijn zijn als je ook in de woonkamer wat opruimt en stofzuigt. Ik heb de kleren al gewassen maar ik kan moeilijk strijken met die knie.
Thuiszorgmedewerker: Maakt u zich geen zorgen. Ik zal straks voor u strijken. Nog iets anders?
Mevrouw Van Gelder: Nee, dank je, heel vriendelijk van je!
E-learning
course