E-learning
course

  • ACTIVITEIT 1
  • ACTIVITEIT 2
  • ACTIVITEIT 3
  • ACTIVITEIT 4
  • ACTIVITEIT 5

Begrijpend lezen

Luister naar de dialoog.

1) Meneer Van de Berg voelt zich niet goed omdat:

2) Welke diagnose is voortgekomen uit de resultaten van het onderzoek?

3) Hoe lang moet meneer Van de Berg de antibioticakuur volgen?

4) In geval van koorts schrijft de dokter voor:

5) Welke voeding moet meneer Van de Berg altijd eten?

De dokter raadt meneer Van de Berg aan wat hij moet eten. Zet onder het plaatje de juiste voedingscategorie.

Luister naar de dialoog.

  •  

  •  

  •  

  •  

  •  

  •  

  • Zuivelproducten
  • Groenten
  • Vezels
  • Fruit
  • Vis
  • Vlees

In de dialoog zijn er enkele bijwoorden gebruikt (altijd, vaak, zelden, etc.). Zet ze in de juiste volgorde van frequentie.

  • 1.

     

  • 2.

     

  • 3.

     

  • 4.

     

  • 5.

     

  • 6.

     

  • Soms
  • Gewoonlijk
  • Zelden
  • Vaak
  • Altijd
  • Nooit

Koppel elk woord aan de juiste beschrijving.

  • a. Wordt gebruikt om koorts te verlagen.

     

  • b. Reguleert de glucosewaarden.

     

  • c. Wordt gebruikt om de pijn te verzachten.

     

  • d. Heeft een kalmerend effect.

     

  • e. Is in staat om de groei van bacteriën te stoppen.

     

  • Antibiotica
  • Pijnstillers
  • Koortsverlagend middel
  • Kalmerend middel
  • Insuline

Vul het juiste woord in:

  • 1. Ik vraag u

     

    om de bezoekuren te respecteren.

  • 2. Wilt u

     

    meneer Van de Berg niet te moe maken.

  • 3.

     

    lijdt u aan diabetes.

  • 4. Eet

     

    vezelrijk voedsel zoals volkorenbrood en rijst, granen en bonen.

  • 5. U kunt

     

    vaak groenten en fruit eten.

  • helaas
  • beter
  • vriendelijk
  • altijd
  • alstublieft
Comprensión lectora
El médico/a sugiere al Sr…… lo que tiene que comer. Para cada grupo de alimentos, indica la categoría de alimentos a la que pertenecen, según el ejemplo
En el diálogo, hay algunos adverbios de frecuencia (siempre, a menudo, raramente, etc.). Inserta cada adverbio al lado del grado de frecuencia que expresan, según el ejemplo
Une cada palabra con su definición exacta
En el diálogo, el médico/a y el enfermero/a dan algunas indicaciones al paciente y otras a los familiares del paciente. Coloca las indicaciones en la tabla.

Completa la tabla con las indicaciones que el médico/a da al enfermero/a
Dokter: Hallo, meneer Van de Berg, hoe gaat het?
Patiënt: Slecht. Ik ben heel onrustig.
Dokter: Wat vervelend. We kunnen u een kalmeringsmiddel geven om u rustiger te maken.
Patiënt: Bedankt, dokter. Is mijn uitslag al bekend?
Dokter: Ja. Helaas lijdt u aan diabetes. We zullen nog een onderzoek doen om longontsteking uit te sluiten.
Dokter (tegen de verpleegkundige): We gaan het behandelen met antibiotica om de 12 uur, gedurende 10 dagen en een pijnstiller elke 24 uur, gedurende 3 dagen. Als de bloedsuikerspiegel stijgt, dan kun je ook insuline geven. Geef bij koorts paracetamol, maar alleen als de temperatuur hoger is dan 38 graden.
Verpleegkundige: Dat is goed, dokter.
Dokter (tegen de patiënt): Ik adviseer u, meneer Van de Berg, om de behandeling en het dieet dat ik heb voorgeschreven te volgen.
Patiënt: Oké.
Dokter: Eet altijd vezelrijk voedsel zoals volkorenbrood en rijst, granen en bonen. En af en toe rood vlees.
Patiënt: Oh, ik eet nooit rood vlees.
Dokter: U kunt beter vaak groenten en fruit eten!
Patiënt: Bedankt, dokter.
(Enkele bezoekers komen de afdeling binnen.)
Verpleegkundige (tegen de bezoekers): Wilt u alstublieft meneer Van de Berg niet te moe maken, hij moet rusten. Ik vraag u ook vriendelijk om de bezoekuren te respecteren en geen lawaai te maken om de andere patiënten niet te storen. Dag!
Bezoekers: Dag.
Dokter: Tot ziens.
E-learning
course Cambiar idioma
Diccionario
Holandés-
Espa√Īol
Enfoque
cultural